Dochter van een vader met autisme (2)

door Petra (28 jaar)

Vader toonde niet echt belangstelling voor de zwangerschappen van mijn moeder. Ze woonden toen nog op een kleine flat. Als hij thuis kwam moesten de babyspullen onder het bed worden opgeborgen. Hij werd wat meer ontspannen toen het vierde kind geboren werd. Toen kon hij er meer van genieten.

Soms had mijn vader een goede bui. Als hij met mij ging schommelen was ik helemaal blij. Vader was niet echt ontspannen. Het was niet erg gezellig als hij thuis kwam van zijn werk. Dan moest de muziek uit en het huis opgeruimd worden. Hij kon niet tegen rommel en chaos. Ik denk dat het wel moeilijk voor hem was om vanuit zijn gestructureerde kantoor thuis te komen met zoveel kinderen en geluid en lawaai.

Toen ik puber was, vond hij mij wel tegendraads. Hij vond het lastig als ik bijvoorbeeld een spijkerbroek droeg. Dat deed ik dan toch wel. Ik heb flink wat woorden met hem gehad. Ik weet niet meer of we het daarna weer goed maakten.

Ik ging niet graag ergens naar toe met hem. Hij deed altijd een beetje vreemd. Hij fietste als een jaknikker op zijn fiets. Iedereen praatte over hem. Dat was niet leuk. Hij kon zomaar rare praatjes beginnen. Dan kon ik wel door de grond zakken. Soms kwam hij in de winkel waar ik werkte, omdat hij interesse wilde tonen. Hij ging dan tegen mijn bazin verhalen uitkramen die nergens opsloegen. Hij vindt het leuk met jan en alleman te praten. Hij stapt op iedereen af, maar niet op een normale manier.

Maar binnenshuis kon hij niet echt open over dingen praten. Hij vroeg bijvoorbeeld niet: “Hoe is je dag op school geweest”? Als we straf hadden gekregen, praatte hij wel met mijn moeder daarover, maar niet met ons. Vader luistert wel, maar niet echt. Hij heeft geen aandacht voor wat ik zeg. Hij is altijd met zijn eigen verhaal bezig. Hij gaat niet spontaan in op wat ik zeg. Dan moet ik zelf zeggen: “Hoor eens, ik zeg dit, wat wil jij daar over zeggen?”.

Er ontstonden door zijn manier van communiceren veel conflicten met ons. Wij kregen vrienden, die hij niet zag zitten en we sloegen onze eigen weg in, die niet zijn weg was. De problemen stapelden zich op. Mijn vader kreeg last van hartritmestoornissen en hyperventilatie. Hij kreeg verschijnselen van een burn-out, waardoor hij zijn werk niet meer goed kon doen. Hij zat als maar te piekeren en dwangmatig te doen. Toen is hij hulp gaan zoeken. Daar is de diagnose Asperger uit gekomen. Mijn vader was toen 58 jaar. Mijn vader heeft er moeite mee dat deze diagnose bij hem gesteld is. Hij is later naar een privé iemand gegaan en die heeft de diagnose wat afgezwakt. Mijn vader wil niet dat wij het weten, maar mijn moeder heeft het mij toch verteld. Dat mag mijn vader niet weten en ik mag er met niemand over praten. Dat vind ik wel lastig. Als hij een rare opmerking maakt tegen iemand, zou ik wel willen zeggen dat hij er niets aan kan doen omdat hij autistisch is. Maar dat mag dan niet. Dat vind ik weleens lastig. Als we het nou gewoon kunnen zeggen tegen elkaar, dan hoef ik me ook niet elke keer te schamen. Nu ik het weet verandert onze relatie er niet door maar voor de buitenwereld zou het makkelijker zijn.

Sinds de diagnose bekend is merk ik dat mijn moeder hem als een kind gedragsregels aanleert. Daar irriteer ik me aan. Maar ja blijkbaar moet dat want anders leert hij het niet. Als zij het niet doet, wie doet het dan wel? Zij leert hem bijvoorbeeld, dat je moet groeten als er iemand komt of gedag zeggen. Ze vertelt hem dan ook dat hij mijn dochtertje op schoot moet nemen of een boekje voorlezen of spelen. Hij probeert dat dan wel. Maar het is gewoon echt aangeleerd. Hij heeft sinds kort hulpverleningsgesprekken. Hij wil wel graag veranderen en dat vind ik heel positief. Daar heb ik wel bewondering voor. Hij heeft wel verdriet over hoe sommige dingen gegaan zijn. Ik weet hoe moeilijk het is om gewoonten te veranderen.

Wat ik zelf heel erg jammer vind is dat die hulpverleners zo smal kijken, ze kijken alleen maar naar de persoon en niet naar de context waarin iemand fungeert. Hij heeft er helemaal geen belangstelling voor dat mijn vader ook kinderen heeft en wat het met die kinderen doet. Hij heeft er een keer naar gevraagd en toen werd er gezegd dat het wel aardig ging. En daar was het mee klaar.

Als ik iets nodig had of wilde, een opleiding, boeken, sport, dan zocht mijn vader dat altijd tot op de puntjes uit. De dingen die mijn vader gemist heeft, probeert hij nu voor ons te doen, zoals een goede opleiding. Ik hoefde maar iets te zeggen of hij had al op internet of in foldertjes informatie gezocht. Hij regelde dat erg goed en er was altijd veel aandacht voor. Dat komt omdat hij als jong kind zelf niet veel ontwikkelingsmogelijkheden gehad heeft. Hij wil graag dat je het goed voor elkaar hebt, dat je geen zorgen hebt. Daar zit hij dan wel over in, op zijn manier. Maar ik kan niet spontaan bij hem terecht als ik ergens mee zit en goede raad nodig heb. Op zijn manier was hij wel trots op me, maar hij uitte dat niet zoals je graag zou willen. Ik heb nooit complimentjes van hem gehad. Je probeert almaar je best te doen in de hoop dat hij dat complimentjes geeft. Ik streef altijd naar perfectionisme.

Mijn vader toont weinig emoties, hij kan wel boos worden of verdrietig, maar hij toont geen blijdschap of geluk. We hebben niet echt een emotionele band. Ik zag er tegen op mijn vader te vertellen dat ik in verwachting was, omdat ik over dat soort dingen nooit met hem kon praten. Maar ik wilde niet dat hij het van mijn moeder zou horen, dus ik zei tegen hem: goh, je wordt opa. Hij zei toen dat hij dat al was, ons pleegkind zei ook opa tegen hem. Verder zei hij niets. Aan de ene kant verwacht je niets anders, je bent niets anders gewend. Je voelt je zelf ook onhandig om met hem over zulke dingen te praten. Toch voelt zo’n reactie van mijn vader alsof hij je in een ijskast duwt. Ik kan geen gevoels – of intiemere dingen bij hem kwijt. Je wordt een beetje angstig om daar met hem over te beginnen , omdat zo’n relatie niet spontaan gegroeid is. Ik wist niet beter, maar echt leuk was het niet. Ik weet niet hoe een vader anders kan zijn. Als kind was ik niet anders gewend. Ik weet niet wat een goede vader is, hoe hij zou moeten doen. Ik kom uit een kleine familie, dus ik had ook niet veel vergelijkingsmateriaal. Ik heb er nu meer moeite mee dan als kind. Ik luisterde laatst naar de radio over vaders. Toen ging het over geborgenheid en goed zijn zoals je bent en altijd een veilige plek bieden. Misschien heeft mijn vader ook wel als streven gehad om ons een geborgen plek te geven. Maar door de dingen die hij deed of de manier dat hij met ons omging, ging het niet goed. Maar ja hij weet niet beter, hij kan niet anders. Het is nooit zijn idee denk ik geweest om ons pijn te doen of zo. Aan de ene kant wil hij het beste voor ons en is er zijn onvermogen, hij kan het gewoon niet. Maar daardoor het voor ons wel heel moeilijk is geweest.

Mijn moeder past een dag in de week op onze dochter. Maar als hij dan thuis is en de dag verloopt anders dan mijn moeder van tevoren had gezegd, dan is het heel moeilijk. Als ze om 10.00u zou moeten gaan slapen en het wordt 12.00u, dan is dat heel moeilijk voor hem. Hij mag haar wel, ze is wel spontaan en open. Hij geniet ervan als ze naar mijn moeder toe rent en ze steekt de armen in de lucht dat ze opgetild wil worden door mijn moeder. Of als ze grappig zit te doen naar mijn moeder of de buurvrouw. Hij probeert ook wel op zijn houterige manier te vragen naar hoe het met haar gaat op de crèche.

Mijn moeder is Noors. Toen ze twee jaar waren getrouwd had ze wel zoiets van: ‘Hé, hij heeft wel een beetje aparte dingen’. Maar ze dacht dat dat bij de Nederlandse cultuur hoorde. Als ik er zo op terugkijk werd mijn vader altijd veel geholpen door mijn moeder. Ze maakte zijn ontbijt en eten voor hem klaar, streek zijn kleding strijken en legde ze voor hem klaar. Mijn moeder vertelt niet veel over haar relatie met vader, ze laat er niet veel over los. Ze wil ons daar niet mee opzadelen. En je wilt ook niet het verdriet van je moeder. We zijn nu allemaal het huis uit. Ze zegt dat het nu veel beter gaat, met hun tweeën gaat het wel aardig. Het was lastiger toen wij nog kinderen waren. Ze doen echt samen heel veel leuke dingen, daardoor hebben ze dus heel veel dingen om over te praten. Daar hebben ze allebei wel plezier in. Mijn moeder heeft haar levensvisie: niet iedereen krijgt gouden wegen, de een heeft misschien een zieke man en de andere die is werkeloos en zij heeft dit als haar kruis.

Ik zie wel kenmerken van mijn vader bij mij zelf terug. Ik heb ook wel last van piekeren, ik kan snel ergens over in zitten. Ik kan niet tegen een structuurloze dag, waarop ik niet veel te doen heb. Ik ga liever elke dag naar mijn werk toe. Ik ben net als mijn vader graag onder de mensen. Ik kan slecht tegen rommel en ben wel dwangmatig. Ik ben gespannen als er iets geregeld moet worden. Zou dat ook komen omdat ik zo een vader heb gehad? Zou dat ook zo zijn als ik een ander voorbeeld had gehad? Een paar jaar terug ben ik bij een psychiater geweest omdat ik piekerde en dwangmatig was. Toen heb ik wel gevraagd of ik autistisch was, want dat houdt je wel bezig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s